Interview Albert Siegers.                                                                                                2017

 

Een paar gouden handen, gestuurd door een stel gezonde hersenen maken Albert Siegers tot wat hij is geworden. Een van de beste race monteurs van Nederland en ook hoog in aanzien bij de Japanse racebazen van Suzuki en andere fabrieken. Albert die zijn carieire begon als coureur in 1972 bij de KNMV werd twee keer Nederlands kampioen en werd 1 keer tweede in het NK. Naast een goed rijder was Albert een uitstekend monteur en het duurde dan ook niet lang en hij construeerde zijn eigen onderdelen. Zijn machines waren uiterst betrouwbaar en behoorden altijd bij de snelste van het veld. Zo kreeg Albert eind 1980 de vraag van Jack Mibbelburg of Albert niet voor hem wilde sleutelen. Na enig wikken en wegen werd er ja gezegd. Albert kon zich nu volledig op de racerij concentreren met als gevolg dat de machines van Jack altijd perfect aan de start stonden en kon het zo maar gebeuren dat prive rijder “Jack Middelburg” de GP van Silverstone 1981 op zijn naam wist te schrijven. De fabrieksfietsen van Roberts en Mamola hadden geen weerstand tegen de combinatie Jack Middelburg en diens door Albert Siegers geprepareerde Suzuki. Hoe dit allemaal kon gaan we nu 34 jaar later eens aan Albert vragen.

1 Albert, vertel eens, hoe ben je in de motorsport terechtgekomen. ?
Zolang ik mij kan herinneren ben ik altijd met motoren bezig geweest, in 1972 heb ik mijn startlicentie gehaald. Voor die tijd reed ik met een Yamaha YDS5 en deze heb ik toen omgebouwd tot een racer.

2 Wat boeide jou het meest, de techniek (sleutelen) of het racen zelf ?
Vooral in het begin had ik niet echt een voorkeur, beide deed ik met ontzettend veel plezier. Naarmate ik langer in de motorsport zat begon de techniek duidelijk de voorkeur te krijgen.

3 Je begreep de techniek als geen ander, hoe kon dat, wat voor opleiding had je gedaan ?
Ik heb de richting Metaal gekozen op school, maar het meeste heb ik gewoon van mijn vader geleerd, mijn vader was heel technisch.

4 Het rennerskwartier was “zeker in die dagen” 1 grote familie. Met wie had je meeste contact ?
Het klopt inderdaad dat het 1 grote familie was op het rennerskwartier, maar als ik eerlijk moet zijn was ik voornamelijk met mijzelf en de motoren bezig. Gezelligheid had ik geen tijd voor en stond voor mij op de laatste plaats.

5 Het sneller maken van de motoren deed je dat puur op kennis die je van jezelf had of kreeg je ook tips van andere rijders en of monteurs ?
Zoals eerder gezegd was ik altijd erg op mijzelf en het was voornamelijk mijn eigen kennis die ik gebruikte hierbij.

6 Je maakte de motoren niet alleen sneller maar ook betrouwbaarder, hoe kreeg je dat toch voor elkaar ?
Mijn instelling was en is ‘het kan altijd beter’ en betrouwbaarheid hoort daar in mijn ogen bij. Je hebt niets aan een snelle motor als de rest je in de steek laat. Hierbij heb je zelf ook veel in eigen hand, simpele dingen zoals het netjes houden en schoonmaken van de onderdelen en ook je motor zelf. Ook alles regelmatig met de momentsleutel nalopen. En laten we niet een ander belangrijk onderdeel vergeten, de administratie. Alles, maar dan ook alles bijhouden. Vanuit daar kan je werken aan verbetering.

7 Je bent twee keer Nederlandskamioen geweest, in welk jaar en in welke klasse was dat ?
In 1974 ben ik 2x Nederlands kampioen geweest. Dit was met de door mijzelf omgebouwde Yamaha YDS5 en een Suzuki TR-500 die beschikbaar werd gesteld door mijn sponsor, Kapsalon Seegers te Weesp.
Helaas greep ik dat jaar de titel in de 350 mis door het ontbreken van 1 uitslag. Het hadden 3 overwinningen kunnen zijn.

8 Wie waren je grootste concurrenten in die jaren ?
Boet, Wil Hartog en Jack Middelburg reden verschrikkelijk hard

9 Heb je ook GP's gereden ?
Ik heb 3 GP´s gereden. Dit was in 1977 en 1978 in de klasse 250cc. In 1977 was ik de beste Nederlander. Ook heb ik in Belgie meegereden in de GP.

10 Wat was de reden om te stoppen met racen?
Dit was eind 1980. De laatste 2 voorgaande jaren was ik al erg in twijfel of ik door zou gaan met racen of niet. Ik had net een nieuwe Suzuki RG-500 aangeschaft toen Jack Middelburg mij benaderde of ik zijn monteur wilde worden. Dit heeft na lang nadenken mij doen besluiten om te stoppen met het racen.

11 1981, full-time monteur voor Jack Middelburg, wat hield dat in. Mocht je al je creativiteit in de RG stoppen wat sneller maken betreft of waren er beperkingen ?
Vooral het eerste jaar waren er beperkingen vanwege het financiéle gedeelte wat er bij het racen komt kijken. Ik was vrij om te doen wat binnen het budget lag. Er waren wel kleine sponsoren, maar het grootste gedeelte moest Jack uit eigen budget betalen. Later kwam hier wel verandering in. Er kwamen meer sponsoren en daardoor had ik ook meer ruimte om mijn creativiteit te uiten.

12 Met hoeveel fietsen begonnen jullie aan het seizoen 81 en waren dit nieuwe motoren of motoren van voorgaande jaren.
Wij begonnen met 2 motoren, waarvan 1 van Jack was, een Suzuki RG-6, en 1 van mij. Later kreeg Jack er een motor bij en hebben we die van mij verkocht.

13 Jou motoren waren altijd snel en ook nog eens heel betrouwbaar. Al die veranderingen die je aanbracht, deed je dat voordat het seizoen begon of ook tijdens het seizoen ?
Beide, als er verandering nodig was om wat voor reden dan ook, dan gebeurde dit direct.

14 Na acht jaar je eigen team gehad te hebben was je nu in dienst van Jack, hoe verliep die samenwerking en uit hoeveel man bestond het team.
In het begin was ik alleen, maar dit was eigenlijk niet te doen. Alles kwam op mij neer, het vervoer naar het circuit regelen, de normale werkzaamheden etc. Alles wat er bij een wedstrijd komt kijken eigenlijk. Hierdoor kwam ik slaap- en dus ook energie tekort. Later kwam Harm Sans erbij en kon ik mij weer volledig met het technische gebeuren bezig houden. De samenwerking in dit kleine team liep perfect. We waren goed op elkaar afgestemd.

15 Kon Jack goed aangeven hoe de motor afgesteld stond wat carburatie, vering of banden betreft, of moest je alles zelf uitvogelen.
Jack kon verschrikkelijk hard rijden, maar afstelling was niet zijn ding. Maar samen kwamen we er altijd wel uit. Op een gegeven moment weet je precies wat iemand bedoeld en wij waren goed op elkaar ingespeeld.

16 Jack als coureur kennen we allemaal, maar hoe was hij als mens en hoe goed konden jullie het met elkaar vinden?
Jack was een goed mens, wij hadden dezelfde liefde voor de motorsport en konden het zeer goed met elkaar vinden. Wij gingen met elkaar om als vrienden en hadden veel plezier.

17. Was je puur monteur of had je ook het gevoel dat je een manusje van alles was zoals teammanager, praatpaal voor Jack, tijdwaarnemer enzovoort ?
Jack had een zeer goed team-manager Jan Muis, dus daar had ik geen aandeel aan. Harm en ik deden echt het rollende gedeelte.

18. Silverstone 1981. Jack wint een zinderende race, de GP van Silverstone. Hoe kan zoiets tussen al dat fabrieksgeweld ?
Wij wisten dat dit mogelijk was, Jack zijn motoren liepen gewoon ontzettend hard. Wel liepen we regelmatig tegen het gewicht van de motoren op, de motoren van Jack wogen zo’n 18 kg zwaarder dan de fabrieksmotoren. Maar op deze wedstrijd hadden we het gewoon goed voor elkaar.

19. Heeft de overwinning van Jack in Silverstone hou veel publiciteit bezorgd?
Absoluut, na dat seizoen kregen ik vele aanbiedingen van diverse teams, daar ben ik nooit op ingegaan, Als ik ergens aan begin dan maak ik dat af.

20. Hoe keek Suzuki tegen deze overwinning aan, jullie hadden immers duidelijk laten zien dat je wat vermogen betreft niets voor de fabrieksfietsen onderdeed ?
Suzuki was erg onder de indruk. Deze overwinning heeft bij Suzuki de doorslag gegeven dat wij in 1982 fabrieksspul kregen.. In 1982 krijgt Jack de fabrieksfietsen van Greame Crosby uit 1981.

21 Jack reed trainde hier erg snel mee in Daytona. Waren de motoren in Daytona origineel Suzuki of had Albert hier stiekem weer de nodige veranderingen doorgevoerd?
Stiekem was niet nodig, wij hadden alle goedkeuring om te doen wat we nodig vonden. De motoren hadden we al getest en wij hebben diverse veranderingen doorgevoerd die wij ook in het verleden hebben doorgevoerd bij onze motoren.

22. De verwachtingen voor 1982 waren erg hoog gezien het materiaal, maar Jack ging er nogal eens af. Was het soms niet een beetje frustrerend steeds weer de schade te moeten herstellen ?

Natuurlijk is dat frustrerend. Schade herstellen gaat weer ten koste van andere belangrijke werkzaamheden. Op GP niveau kan en mag je eigenlijk geen enkele training missen.

23. In 1983 stapte Jack over op de Honda drie cylinder, wat vond je van de Honda?

Vind je het erg als ik deze vraag over sla? 

24. Eind 1983 besloot je om niet meer voor Jack Middelburg te sleutelen, wat ben je daarna gaan doen?

Daarna heb ik diverse dingen gedaan, ik ben gaan werken bij de S.N.R.T. voor Mile Patic en Henk van de Mark. Dit was ook voor het 250 team. Ook heb ik voor Docshop het Technisch Racing team gerund en daar heb ik gewerkt voor Gerard van de Wal, Henny Boerman en Herwie Peters. Ik heb bij Theo Timmer ( Trimspeed ) voor een Spanjaard, Jaime Mariano, gewerkt en na deze ben ik bij Cees Doorakkers gaan werken. Dit is zo’n beetje wat ik in de GP wereld gedaan heb, moet hier wel bij vermelden dat ik dit niet alleen gedaan heb, de meeste rijders namen zelf ook een hulp mee.

25. Voor welke rijder uit die GP periode had (heeft) Albert de meeste bewondering.
Zonder twijfel is dat maar 1 man, Jack Middelburg. Zeer goede rijder, nooit zeuren en hij ging er altijd voor de volle 100% voor.

26. En voor welke techneut heeft Albert veel bewondering.
Dat zijn er meerdere, maar als ik nu 1 of 2 namen moet noemen zijn dat Jan Thiel en Martin Mijwaard.

27. Wat doet Albert tegenwoordig ?
Wegens gezondheidsredenen ben ik gestopt met werken en doe ik het tegenwoordig rustiger aan.

28. Heeft Albert nog (oude) racers in zijn schuur staan ?
Helaas heb ik mijn eerste motor, waar ik mooie herinneringen aan heb, moeten verkopen om een nieuwere motor te kopen. Deze motor is de enige motor die ik dolgraag terug zou willen kopen, maar deze schijnt in Belgie verkocht te zijn en het spoor loopt dood.

29. Kunnen wij Albert nog eens in een classic race zien rijden ?
Als ik deze motor terug zou krijgen dan sluit ik niks uit.

30. Als Albert terugkijkt op zijn carrière is hij dan tevreden of zeg je achteraf “als ik het over kon doen dan zou ik het anders doen” ?
Of ik het anders zou doen? Daar is maar een antwoord op. NEE!

Albert, bedankt voor dit interview.

Met vriendelijke groet,

 

Ben Looijen.

 

Bazzer.nl