Interview Henk van Kessel                                                                                            2021

 

De carrière van Henk van Kessel duurde maar liefst 20 jaar. Hij begon in 1967 met wegracen en beeindigde het wegracen in 1986. Het absolute hoogtepunt behaalde Henk in 1974 toen hij op de door Jan de Vries geprepareerde van Veen Kreidler Wereldkampioen in de 50cc klasse werd. Henk reed hoofdzakelijk in de lichtere klasse maar heel af en toe reed Henk ook met een 250cc. Via de mail stelde ik Henk een aantal vragen en zijn antwoorden zijn hieronder te lezen.

 

1 Henk, wat was voor jouw de reden om te gaan racen, was het de techniek die jouw boeide of ging het om het racen zelf?

De reden was dat ik vanaf mijn 12e jaar bromfietsen had die nooit hard genoeg liepen, dus dacht ik na jaren, ik kan het wel eens op het circuit proberen, en dat was net het moment dat de NMB wegraces (1967) ging organiseren, en de meeste wedstijden waren in Brabant en Limburg, dus dat was lekker in de buurt, en de successen waren er meteen het eerste jaar racen op het circuit en meteen Nederlands kampioen.

2. Je reed eerst bij de NMB en later bij de KNMV. Was er veel verschil tussen deze twee bonden en wat was de reden om over te stappen naar de KNMV?

Ja de eerste 2 jaar bij de NMB, en vanaf 1969 bij de KNMV, er was niet zoveel verschil, alleen dat je bij de KNMV meer mogelijkheden had, grote Internationale wedstrijden en GP’s.  Maar de concurrentie was een stuk groter, dus daar leerde je een hoop.

3. In de beginjaren heb je op Hemeyla gereden, een creatie van Herman Meijer uit Laren. Had je die machine gekocht of reed je voor Herman Meijer?

Ja dat klopt ik had de motor zelf maar ik reed niet voor Herman, ik had alleen wat onderdelen van Herman gekocht en daar hielp Herman mij mee, b.v. roterende inlaat want ik reed voor die tijd zuigergestuurd.

4. Later bij de KNMV werd je professioneel motorcoureur maar dat was in die jaren geen vetpot. Hoe bleef je financieel overeind?

Nee dat was zeker geen vetpot, ik had toen al gelukkig een supporters club ( wat nadien MSC Aldendriel geworden is) en wat kleine geldschieters.

5.Nadat je in 1973 Nederlands kampioen werd ging je in 1974 op de van Veen Kreidler rijden, hoe is deze overeenkomst tot stand gekomen?

Ik was in 1969 (het eerste jaar bij de KNMV) ook al Kampioen bij de Nationalen, dat kwam eigenlijk tot stand, omdat ik in 1973 op mijn eigen Kreidler in Madrid een 3e plaats reed achter Jan de Vries en Bruno Kneubuhler die beide op een van Veen Kreidler reden , en dat was voor Henk van Veen een reden om mij in 1974 op een van Veen te laten rijden omdat Jan de Vries toen stopte.

6. In dit jaar onderhield jij het rijwielgedeelte en Jan de Vries onderhield het motortje. Dat dit goed werkte bleek wel want je werd Wereldkampioen. Kon je het goed vinden met Jan de Vries.

Ja dat klopt ik onderhield het rijwielgedeelte en Jan het motortje ik had toen 2 fietsen te onderhouden, en Jan ging dan weer op de proefbank bij van Veen in Amsterdam om het nog beter te laten lopen, en met Jan en mij ging het erg goed, we hebben nooit woorden ergens over gehad.

7. Dhr van Veen stond niet echt bekend als een gulle betaler, heeft de Wereldtitel alleen maar roem gebracht of ook geld?

Het heeft alleen maar roem gebracht, en geld absoluut niet, maar hoeveel mensen kregen de kans om op zo’n machine te rijden? Dus heb ik dat met beide handen aangegrepen.

8. Het jaar er op ging de van Veen Kreidler met geld van de Spaanse motorbond naar Nieto, Voelde jij je niet gepasseerd door dhr van Veen na je succes van 1974?

Nee niet door van Veen die wou toch al stoppen met de race afdeling, dus die neem ik niets kwalijk maar waarom kon de Spaanse bond dat wel en de KNMV niet, iets om over na te denken.

9. Eind 1974 kocht je een Bridgestone motorblok van Jos Schurgers, hier had je niet veel succes mee. Wat was het probleem met dit motortje?

Nee dat was 1973, ik heb in 1974 al een heel jaar met de Bridgestone gereden, het enigste probleem met de Bridgestone was dat hij maar 5 versnellingen had en een natte koppeling.

10. Daarna kwam de AGV Condor, was dit motortje geheel in eigen beheer ontwikkeld?

Klopt, Maar dat project was eigenlijk uit nood geboren, zoals ik in de vorige vraag al aangaf 5 versnellingen,.en een natte koppeling, en dat konden we met het CONDOR project allemaal oplossen.

11. In 1976 kreeg je een mooie onderscheiding van de KNMV, de Hans de Beaufort-beker. Wat doet zoiets met je en levert het voordeel op voor de toekomst?

Nee, voordeel levert het niet op, alleen de waardering dat je het voor veel mensen in de motorsport toch goed gedaan hebt.

12. In 1977 verbeterde je het wereldsnelheidsrecord op de door Piet Plompen ontwikkelde Black-Arrow. Hoe rijdt zo’n sigaar en is het niet eng om zo opgesloten in zo’n sigaar te liggen met een snelheid van meer dan 220 km/u?

Ja in September 1977 vestigde ik een nieuw Wereldrecord in de 50 cc met maar liefst bijna 12 km/uur wat op naam stond van de Kreidler fabriek in Kornwestheim , en inderdaad Piet heeft het rijwielgedeelte gemaakt, en bij mij werd het testbankwerk van het blok gedaan omdat ik toen al een testbank had sinds 1972. En dat opgesloten zitten was voor mij geen probleem, maar je had ook helemaal geen bewegings ruimte, dat was echt 0,0. Ja, je moet geen last hebben van claustrofobie dan lukt het niet.

13. In 1978 ging je op de nieuwe Sparta rijden die door Piet Plompen ontwikkeld was. In hoeverre was je bij deze ontwikkeling van de fiets betrokken en wat was jouw inbreng?

Ook hier weer hetzelfde verhaal het rijwielgedeelte door Piet gemaakt, en het motorische bij mij op de testbank.

14. In 1980 stopte Sparta alweer met de racerij. Heeft de Sparta periode iets nuttigs toegevoegd aan jouw carriere of was het achteraf gezien zonde van de tijd.

Nee het heeft voor mij buiten het technische aspect niet veel meer gebracht voor mij, alleen dat je in sommige uitslagen vernoemt staat met een Hollands merk SPARTA, nee geen zonde van de tijd, was toch wel interessant. Ik ben verschillende keren op de Sparta fabriek geweest en daar veel dingen gezien.

15. Er werd in die tijd veel op nationale circuits gereden, dit was niet altijd ongevaarlijk. Jos Vaassen heeft later veel van deze circuits afgekeurd omdat ze in zijn ogen te gevaarlijk waren. Was dit een juiste keuze?

Racen is nooit ongevaarlijk,op permanente circuits zijn ook dodelijke ongevallen geweest dus…..

Of het een juiste keuze geweest is weet ik niet er werd toen eigenlijk bijna alleen maar op stratencircuits gereden, en dat was vlg mij naar aanleiding van Ammerzoden, maar dat had overal kunnen gebeuren, maar ja zo gaat dat, als er zoiets gebeurt springt iedereen inkl. de pers er boven op, ik denk dat hij op dat moment geen andere keus had.

16. Je hebt thuis een soort museum, wat moet ik mij door bij voorstellen en is dit voor publiek toegangkelijk?

Ja klopt, daar heb ik de meeste racers waar ik vroeger mee gereden heb tentoongesteld, ook aanverwante artikelen, zoals Helmen, Overalls, Prijzen enz. enz. en is voor iedereen toegankelijk,na een telefonisch overleg.

17. Wat vond je in die tijd het fijnste GP circuit om te rijden en waarom?

Francorchamps en Clermont Ferrand, en de oude Nürburgring die hadden alles in zich was racen zo aantrekkelijk maakt, heuvelachtig, snel, moeilijk, super circuits.

18. Wat was je absolute hoogtepunt in je 20 jarige lange carrière?

Ja het Wereldkampioenschap in 1974 zou je zeggen, maar met een eigenbouw CONDOR 4e worden in het WK is voor mij ook wel een van de hoogtepunten.

19.  Welke rijders bewonderde je het meeste in die periode en waarom?

Mijn grootste voorbeeld was Mike Hailwood, en waarom? Die kon je op een motor zetten en die ging met alles hard, of het nu een rechts of links geschakelde motor was of een 1/ 2/4 of 6 cilinder voor Mike the Bike geen probleem, of op welk circuit, Super rijder.

20. Welke constructeur/tuner bewonderde je het meest en waarom?

Ik denk toch wel Jan Thiel, om bij 2 takt te blijven, die heeft zoveel verschillende merken naar een Wereldkampioenschap gebracht, die ken ik geen tweede.

21. Wat is de fijnste fiets waar je in deze 20 jaar mee hebt gereden?

Dat is moeilijk te zeggen, ik heb eigenlijk nooit een fiets gehad die niet stuurde, maar als ik er dan 1 uit zou moeten kiezen was dat toch wek een 50 cc Kreidler met Nico Bakker frame die ik toen kocht van Ton Kooiman die er mee stopte.

22. Volg je de racerij nog steeds en wat vind je van de hedendaagse racerij?

Ja ik volg de racerij nog steeds, de techniek erachter is enorm veranderd, vroeger was het Tuning nu is het Data, maar vind het nog steeds erg leuk en ga dus ook ieder jaar naar de TT Assen, vandaar dat ik ook een verzamelaar ben van TT spullen.

23. Hoe brengt Henk tegenwoordig de dag door?

Door het restaureren van oude racemotoren, en speciale projecten meestal op racegebied, en hele Speciale Kreidlers.

24. Als Henk terugkijkt op zijn carrière is hij dan gelukkig of hadden dingen anders gemoeten?

Hahaha, ja het is net als een huis bouwen , als je klaar bent zou je nog veel dingen weer anders doen, wat prestaties betreft valt er denk ik niet veel te verbeteren, gezien de mogelijkheden toen, maar financieel had het allemaal beter gekund, dan waren de prestaties nog beter geweest,want zonder geld in deze sport ben je nergens.

25. Wat zou Henk tot slot tegen alle motorsportfans willen zeggen?

Wat zou ik willen zeggen, ik hoop dat in mijn carierre veel mensen genoten hebben van mijn prestaties en dat ze er goede herinneringen er aan over gehouden hebben, en mocht je de oude tijd nog eens van dichtbij te willen meemaken, kom een keer in Mill kijken daar staat een hoop Nostalgie op racegebied.

 

Henk, hartelijk dank voor dit interview en namens motorminnend Nederland heel erg bedankt voor alles wat je gedaan hebt in de racerij.

Ben Looijen

Bazzer.nl


Met dank aan Jan Adriaan Warntjes en Hero Drent en Jan Frijters voor de foto's.