Interview Jan de Rooy

11-12-2022

 

Zevenenveertig jaar galmde zijn stem tijdens de TT over het befaamde circuit van Assen. Vanaf 1976 was Jan de Rooy onafgebroken de omroeper, dat is bijna een halve eeuw. En toch weten maar weinig mensen wie Jan de Rooij echt is, de hoogste tijd dus om Jan eens een aantal vragen voor te leggen. Vragen die Jan mij keurig beantwoordde in het leuke, gezellige A-Hotel in Oosterhout.

 

1. Jan was je altijd al geïnteresseerd in motorsport voordat je omroeper werd?

Ja, op mijn 18e reed ik met een Jawa op de straat. Later reed de broer van mijn vrouw crosswedstrijden bij de NMB. Toen ik daar ooit ging kijken was de omroeper ziek en Michel van Bokhoven vroeg mij toen of ik de microfoon ter hand wilde nemen want er moest wel omgeroepen worden. Na afloop werd mij gevraagd of ik geen vaste omroeper bij de NMB wilde worden. Zo is het een beetje begonnen en het jaar daarna kwamen daar ook de wegraces van de NMB bij.

2. Hoe kwam je als Brabander bij de TT van Assen terecht?

Dit is dankzij Jos Vaassen en Jaap Timmer tot stand gekomen. Eerst de nationale races en vanaf 1976 ben ik omroeper bij de TT geworden. Alles was nog erg primitief in die dagen en dat maakte het zo leuk. Ik weet nog dat ik mijn auto en oude caravan in het rennerskwartier parkeerde, want geld voor een hotel had ik niet. En wat denk je, sta ik naast Frank en Irish Sheene, de ouders van Barry Sheene. Diezelfde avond zaten we met ons drieen gezellig wat te drinken en via Frank en Irish kreeg ik ook weer de nodige info.

3. Kende je toen al de bekende rijders of moest je je helemaal inlezen.

Ik wist natuurlijk wel wie wie was maar je wilt graag de laatste nieuwtjes weten om aan het publiek te kunnen vertellen. Daarbij werd ik ook erg goed geholpen door Egbert Braakman en Bennie Pinners. Deze twee personen waren net almanakken, ze wisten ontzettend veel en in in die dagen hielp iedereen elkaar.

4. Het circuit was toen nog erg lang en kwamen de rijders om de drie minuten langs. Was dat makkelijker dan later op het veel kortere circuit?

Zeker, je had veel meer tijd om iets te doen of te vragen. Tijdens de races moest je eigenlijk alles zelf bijhouden en zo zat ik altijd met een rondeteller en drie stopwatches in mijn duiventil boven aan op de hoofdtribune. Je moest erg opletten in die tijd, want je kon niet terugvallen op digitale schermen die we heden ten dage hebben. Gelukkig zat ook de Engelse verslaggever Chris Carter en een Duitse verslaggever, waarvan ik de naam even kwijt ben, naast mij en zo konden we enigszins op elkaar terugvallen.

5. Hoe kreeg je in de beginjaren informatie over de rijders die tijdens de training of race gevallen waren of andere informatie?

Dit ging via een soort veldtelefoon. Je kreeg dan te horen dat rijder met startnummer zoveel gevallen was bij post nr zoveel. En het bijzondere was dat de rijder altijd “Oke” was. Ze waren natuurlijk erg voorzichtig met het naar buiten brengen van informatie over eventuele verwondingen van een rijder.

6. Was je ook regelmatig in het rennerskwartier om info te verzamelen bij de rijders en/of teams?

In de begin jaren wel, je struinde alles af om info te vergaren om het publiek zoveel en zo goed mogelijk in te kunnen lichten. Maar later na de komst van Dorna was dit vrijwel onmogelijk. Alles werd aan banden gelegd en zelfs voor mij als verslaggever was het onmogelijk om nog met rijders in contact te komen.

7. Waren er ook dingen waar niet over gesproken mocht worden?

Jazeker, er mocht geen reclame gemaakt worden. Dus ik mocht geen namen van sponsors noemen. Maar stiekem deed ik dat toch. Want laten we eerlijk zijn, als bijvoorbeeld een sponsor als Stimorol Willem Zoet sponsort dan wil deze toch waar voor zijn geld hebben. Sponsors dragen bij aan het succes van een evenement. Zonder sponsor geen rijders en zonder rijders geen TT.

8. Geven de overwinningen van Wil Hartog, Jack Middelburg, Hans Spaan en Egbert Streuer jou een extra stimulans als een Nederlander aan de leiding gaat en tot slot wint?

Absoluut, Ik ben niet alleen verslaggever maar ik ben ook een motorsport liefhebber. En als het publiek juichend op de banken met de programmaboekjes zwaaien, dan geniet ik daar ook van. De sfeer die er dan heerst beïnvloed iedereen. Het maakt mij enthousiast en dat uit ik weer in mijn verslaggeving.

9. Je was heel goed bevriend met Jack Middelburg, hoe is dat ooit ontstaan?

Ik heb Jack leren kennen bij de NMB en bij de NMB was het een grote groep vrienden. Jack was erg open en spontaan naar mij toe. Waar we ook waren, we moesten elkaar altijd even informeren en een praatje maken. Ik wil absoluut niet zeggen dat vroeger alles beter was, maar ik wil wel stellen dat toen alles veel gemoedelijker was. Dan ontstaat er al snel vriendschap.

10. De intrede van Dorna, had dat invloed op jouw verslaggeving?

Door Dorna kregen wij maar beperkt toegang tot het rennerskwartier en rechtstreeks contact met rijders werd helemaal onmogelijk. Het spontane contact was weg en dat tempert je enthousiasme en dat zal ongetwijfeld weer invloed hebben gehad op mijn verslaggeving.

11. Alles werd steeds professioneler, hoe beleefde je dat?

Je moet je aanpassen, maar het is minder leuk. Dorna heeft met zijn strakke regels ons werk bijna onmogelijk gemaakt. Ze houden alles strak in eigen hand want “hun kassa moet rinkelen”. Ook de komst van veel digitale middelen, zoals de lap-top en mobiele telefoons heeft het er voor mij niet leuker op gemaakt. Ik ben meer van een persoonlijk praatje en notities op een papiertje die je voor je op het raam plakte.

12. Wat is in jouw ogen het grote verschil tussen het “de grote drie tijdperk” en het “Rossi tijdperk”?

Het oranje gevoel. Valentino is (was) natuurlijk een heel groot talent, die het publiek echt wist te bereiken en waar ik ook heel veel bewondering voor had. Maar het verschil met “de grote drie” en Valentino Rossi is dat ik heden ten dage geen enkele Nederlander topprestaties zie leveren in de motorsport. En dat is iets wat ik best mis en dat is in mijn ogen het grote verschil met toen en nu.

13. De laatste jaren staan er weinig tot geen Nederlanders aan de start tijdens de TT. Wat is er in jouw ogen, als verslaggever, nodig om dit te doen keren?

Dat zal heel moeilijk worden. De laatste stap naar het WK is eigenlijk te groot voor veel jonge rijders. Er zou eigenlijk nog een tussenstation moeten zijn om de kloof te verkleinen. Maar ook financieel is het een bijna onoverbrugbare situatie. Waar haal je in Nederland zoveel geld vandaan?

14. Kun je een mooie anekdote noemen uit die 47 jaar dat je verslaggever was?

Ooit in een ver verleden stond Agostini aan de poort van het rennerskwartier. Hij mocht niet naar binnen, want hij had geen juiste toegangskaart. Toen hij zei dat hij Agostini was zei de controleur doodleuk “Ja, dat kan iedereen wel zeggen” . Zonder de juiste kaart kwam hij dus niet binnen.

15. Wat was voor jou in die 47 jaar de allermooiste TT?

Er waren natuurlijk heel veel mooie TT’s in al die jaren. Maar voor mij was de TT van 1980 toch wel de mooiste. Ik was goed bevriend met Jack Middelburg en als die dan ronde na ronde verder uitloopt en de overwinning pakt, dan is dat heel bijzonder. Zijn laatste ronde was ook het meest enge van wat ik met de TT beleefd heb. Jack zwaaide namelijk in de laatste ronde naar het publiek en ik dacht bij mezelf “man houd je kop erbij en laat dit achterwege, want straks ga je er nog af”. Maar hij ging er niet af, hij won. Een fantastische dag, en voor mij de mooiste TT ooit.

16. Wat is het meest trieste wat je in al die jaren tijdens de TT hebt beleefd?

Dat was in 1983 met het ongeval van Franco Uncini en Wayne Gardner. Dat was na de haakse bocht bij het uitkomen op de Bedeldijk We hadden toen al een soort tv in onze cabine en ik zag het gebeuren. Ik dacht bij mezelf “die is hartstikke dood”. Maar ik mocht daar niets over zeggen. Want dergelijke info mag je alleen omroepen wanneer het officieel bevestigd is. Uncini was wel zwaargewond, maar hij is later gelukkig goed hersteld. Dit was wel het meest trieste wat ik met de TT heb meegemaakt.

17. In al die jaren als verslaggever heb je natuurlijk heel veel rijders, monteurs, officials en andere mensen ontmoet. Met wie heb je het mooiste contact overgehouden?

Dat kan ik echt niet zeggen. Ik heb zoveel mensen ontmoet waar ik goed bevriend mee ben geworden en waar ik nog steeds contact mee heb. Ik ben bang als ik een naam zou noemen dat ik een ander misschien te kort doe. Maar het zijn er veel, heel veel.

18. Als Jan zitting zou hebben in de Dorna, welke verandering zou je dan graag doorvoeren?

Om te beginnen zou ik minder dure overzee GP’s organiseren. Dit zou enorm in de kosten schelen want er zijn nu gewoon teveel GP’s. Verder moet Dorna die wurgcontracten met organisatoren aanpassen, wat ze nu doen is pure uitbuiting. Ook de publieksvriendelijkheid zou verbeterd moeten worden. De kloof tussen publiek en de rijders is erg groot. Dorna kiest alleen voor het grote geld maar ze moeten oppassen dat ze zichzelf niet uit de markt gaan prijzen.

19. Als je nu na 47 jaar terugkijkt op deze lange periode, wat gaat er dan door je heen?

Voldoening! En met glinsterende ogen vertelt Jan: Ik heb enorm genoten van de motorsport. Ik ben motorsportliefhebber voor het leven en ik blijf het volgen. Heel veel vriendschappen opgebouwd in die tijd, het is een fantastische tijd geweest waar ik met voldoening op terugkijk.

20. Wat is de reden waarom je gestopt bent na zo’n lange traditie?

De werkwijze van nu is zo anders dan de werkwijze waar ik mee opgegroeid ben. Alles is zo digitaal geworden en de snelheid waarmee de digitale wereld zich ontwikkelt wordt mij echt te veel. Ik kan het niet meer volgen en ik vind dit eigenlijk niet leuk meer. Ook de beperkingen die Dorna ons oplegt om onze normale journalistieke werkzaamheden uit te voeren zijn een doorn in mijn ogen

21. Vroeger of nu?

Jan lacht en zegt dan dat zijn vorige antwoorden dit wel duidelijk hebben gemaakt. Vroeger dus, en daarmee wil ik niet zeggen dat vroeger alles beter was.

 

Jan, namens vele TT bezoekers hartelijk dank voor je jarenlange bijdrage aan het mooiste en grootste motorsport evenement van Nederland.

 

Ben Looijen

www.bazzer.nl


Samen met Jan zijn enorme verzameling plakboeken bekijken. Elke foto heeft een verhaal.

Het verschil tussen vroeger en nu: Vroeger had ik met deze eenvoudige armband toegang tot alles. Nu met de digitale pas kan ik niet eens meer in het rennerskwartier komen.